|
COMPETENTIEMANAGMENT
Competenties zijn specifieke eigenschappen, kennis of vaar-digheden van mensen, groepen van mensen of organisaties.
Competentiemanagement is het opbouwen en exploiteren van competenties van
individuen in lijn met de strategie en doelstellingen van een organisatie of
doelgroep.

De doelstellingen of strategie wordt dus de basis waarvoor competenties nodig
zijn. Deze competenties moeten op hun beurt bij de individuen die dit alles
moeten verwezenlijken aanwezig zijn of ontwikkeld worden.
Competentieprofiel
Meerdere competenties, om een functie succesvol uit te kunnen voeren,
kunnen samengebracht worden tot een competentieprofiel. Het defniëren van
startcompetenties maakt het mogelijk een duidelijk beeld te vormen van
kandidaten tijdens selectie of functioneringsgesprekken
Indicatoren
Door het gedrag te beschrijven dat nodig is om een competentie te kunnen
uitvoeren bekomt met duidelijke indicatoren. De opsomming van indicatoren,
hetzij enkelvoudig of hiërarchisch, leveren een eindscore aan over de
betreffende competentie.
Analyse
Nadat alle informatie is samengebracht kunnen allerlei analyses op verschillende
niveaus worden aangeleverd. Afhankelijk van de doelstellingen kunnen gepaste
acties geformuleerd worden.
In de praktijk ...
Dinckers helpt u met de opbouw van uw eigen competentie-managementsysteem.
Hiervoor wordt niet alleen een perfecte oplossing aangeboden maar wordt ook geholpen bij het invoeren van het systeem.
Met de competentietool van Dinckers kiest u ook voor 100% flexibiliteit.
U kunt zelf accenten of de structuur bepalen binnen de competentietool.
De competentietool werd ontwikkeld binnen de HRM-module van DinckBusiness. Met DinckBusiness kunnen alle domeinen binnen een organisatie beheerd worden.
Ook verzorgen wij de uitwisseling van gegevens met andere systemen.
|
COMPETENTIEDOMEINEN
Sociaal-communicatief
Samenwerken De bereidheid en het vermogen om samen te werken met anderen aan een gemeenschappelijk doel, ook wanneer dit doel niet onmiddellijk van persoonlijk belang is.
Betrokkenheid Zich verbonden voelen met en loyaal zijn aan de organisatie en het werk.
Overtuigingskracht Door juiste argumenten -op het juiste moment en met een passende stijl- instemming verkrijgen voor ideeën en voorstellen. Op een tactvolle manier opkomen voor de eigen mening, behoeften of belangen (=assertiviteit). Belangenconflicten met een grote emotionele lading op een tactvolle wijze hanteren en oplossen (=conflicthantering).
Organisatiebewustzijn Het vermogen om relaties en effecten van -politieke- krachtenvelden binnen (en buiten) de organisatie in te schatten en te begrijpen en op basis hiervan te handelen.
Netwerken Zoeken, opbouwen en onderhouden van contacten en samenwerking met collega's, klanten en overige potentiële relaties die van belang zijn voor de doelen van de organisatie en/of het - onderdeel.
Klantgerichtheid Het vermogen in te spelen op en tegemoet te komen aan vragen, wensen, behoeften en belangen van zowel interne als externe klanten.
Communicatieve vaardigheden Ideeën en informatie, zowel mondeling als schriftelijk helder en duidelijk kunnen overbrengen, zodanig dat de essentie wordt begrepen, met een effectief gebruik van de bestaande communicatiemiddelen. Gebruikt afhankelijk van de situatie of het doel een geschikte vaardigheid of een passende wijze van communiceren (mondeling, schriftelijk etc.).
Taakgericht
Initiatief Het uit eigen beweging ondernemen van acties en doen van voorstellen. Wacht niet af; neemt voortouw; anticipeert; zoekt kansen en ziet kansen, signaleert knelpunten en handelt hiernaar.
Inzet Levert meer dan de gemiddelde inspanning; beperkt zich niet tot hetgeen er gevraagd wordt; pakt zaken energiek en enthousiast aan. Streeft het realiseren van hoge productie na; heeft kritische aandacht voor het snel uitvoeren van taken en het verzetten van veel werk.
Kwaliteitsbewustzijn Hoge eisen stellen aan de kwaliteit van een product of dienst
Besluitvaardigheid Beslissingen durven nemen -knopen doorhakken- en daarnaar handelen, ook wanneer de informatie beperkt is, zaken onzeker zijn en/of risico's inhouden. Stelt het nemen van beslissingen niet onnodig uit. Legt zich vast door het uitspreken van de eigen mening; doet expliciete uitspraken; neemt duidelijk stelling.
Flexibiliteit Het vermogen zich effectief aan te passen bij veranderende omstandigheden, weerstand, problemen of kansen door zijn werkwijze te variëren, teneinde het gestelde doel te bereiken.
Emotioneel
Inlevingsvermogen Luisteren naar en meedenken met anderen, onderkennen van gevoelens en behoeften van anderen, zich verplaatsen in anderen en bewust omgaan met verschillende achtergronden en belangen
Integriteit Handelen – in woord en gedrag – in lijn met algemeen aanvaarde sociale en ethische normen en waarden, ook onder moeilijke omstandigheden en/of druk om hier vanaf te wijken. Het daarop aanspreekbaar zijn en het aanspreken van anderen hierop.
Zelfvertrouwen Het vermogen om weloverwogen en zelfbewust te besluiten en acties te ondernemen, ook in moeilijke omstandigheden.
Moed Op eigen verantwoordelijkheid nemen van (berekende) risicovolle beslissingen in situaties die direct optreden vereisen ook als dit nadelige gevolgen kan hebben voor de eigen positie. Lastige situaties aanpakken: directe actie.
Stressbestendigheid Effectief blijven presteren onder werkdruk, tijdsdruk, bij tegenslag, tegenspel, teleurstelling en/of kritiek. Laat zich niet van zijn stuk brengen.
Intellectueel
Analytisch vermogen Signaleren van problemen, verbanden zien, gegronde conclusies trekken en consequenties inschatten. Deelt complexe problemen op in onderdelen en onderscheidt hoofd- en bijzaken.
Oordeelsvorming Op basis van beschikbare informatie komen tot realistische, onderbouwde en bruikbare conclusies over mogelijke alternatieve handelswijzen.
Omgevingsbewustzijn Volgt relevante ontwikkelingen in de omgeving van de organisatie en benut deze kennis ten behoeve van de organisatie en/of het vakgebied.
Creativiteit Benaderen van vraagstukken vanuit verschillende invalshoeken, met originele en nieuwe ideeën en oplossingen komen, en doorbreken van gevestigde denkpatronen.
Vakmanschap De mate waarin wordt beschikt over inhoudelijke vakkennis, deskundigheid en vaardigheden, noodzakelijk om het vak adequaat uit te oefenen
Bestuurlijk-organisatorisch
Leidinggeven Het bepalen van duidelijke doelstellingen en erop toezien dat medewerkers bijdragen aan het realiseren van de doelstellingen
Visie Ontwikkelen en uitdragen toekomstbeeld. Afstand nemen van de dagelijkse praktijk. Onderkennen van feiten, trends en toekomstige ontwikkelingen. Deze in een ruimere context en lange termijn perspectief van eigen werkterrein, vakgebied en/of organisatie(-onderdeel) plaatsen.
Plannen en organiseren Op effectieve wijze doelen en prioriteiten bepalen en benodigde tijd, activiteiten en middelen aangeven om bepaalde doelen te bereiken.
Resultaatgerichtheid Gericht zijn op het vertalen -concretiseren- van doelen en het realiseren van resultaten conform tijdpad, normen en afspraken.
Ondernemen Kansen signaleren en deze omzetten in acties -veelal niet gebaande wegen- die bijdragen aan betere resultaten van de organisatie.
|