|
Sociaal-communicatief
Samenwerken
De bereidheid en het vermogen om
samen te werken met anderen aan een gemeenschappelijk doel, ook
wanneer dit doel niet onmiddellijk van persoonlijk belang
is.
Betrokkenheid
Zich verbonden voelen met en loyaal
zijn aan de organisatie en het werk.
Overtuigingskracht
Door juiste argumenten -op het
juiste moment en met een passende stijl- instemming verkrijgen voor
ideeën en voorstellen. Op een tactvolle manier opkomen voor de
eigen mening, behoeften of belangen (=assertiviteit).
Belangenconflicten met een grote emotionele lading op een tactvolle
wijze hanteren en oplossen (=conflicthantering).
Organisatiebewustzijn
Het vermogen om relaties en effecten
van -politieke- krachtenvelden binnen (en buiten) de organisatie in
te schatten en te begrijpen en op basis hiervan te
handelen.
Netwerken
Zoeken, opbouwen en onderhouden van
contacten en samenwerking met collega's, klanten en overige
potentiële relaties die van belang zijn voor de doelen van de
organisatie en/of het - onderdeel.
Klantgerichtheid
Het vermogen in te spelen op en
tegemoet te komen aan vragen, wensen, behoeften en belangen van
zowel interne als externe klanten.
Communicatieve
vaardigheden
Ideeën en informatie, zowel
mondeling als schriftelijk helder en duidelijk kunnen overbrengen,
zodat de essentie wordt begrepen, met een effectief gebruik van de
bestaande communicatiemiddelen. Bepalen van de situatie of het
doel, een geschikte vaardigheid of een passende wijze van
communicatie (mondeling, schriftelijk etc.) kan
gebruiken.
Taakgericht
Initiatief
Het bepalen of iemand uit eigen
beweging actie kan ondernemen of bepaalde voorstellen naar voor kan
schuiven; het inschatten of deze persoon voortouw kan nemen, kan
anticiperen, kansen kan inschatten en opzoeken, knelpunten kan
signaleren en hiernaar handelen....
Inzet
Levert meer dan de gemiddelde
inspanning; beperkt zich niet tot hetgeen er gevraagd wordt; pakt
zaken energiek en enthousiast aan. Streeft het realiseren van hoge
productie na; heeft kritische aandacht voor het snel uitvoeren van
taken en het verzetten van veel werk.
Kwaliteitsbewustzijn
Hoge eisen stellen aan de kwaliteit
van een product of dienst
Besluitvaardigheid
Beslissingen durven nemen -knopen
doorhakken- en daarnaar handelen, ook wanneer de informatie beperkt
is, zaken onzeker zijn en/of risico's inhouden. Stelt het nemen van
beslissingen niet onnodig uit. Legt zich vast door het uitspreken
van de eigen mening; doet expliciete uitspraken; neemt duidelijk
stelling.
Flexibiliteit
Het vermogen zich effectief aan te
passen bij veranderende omstandigheden, weerstand, problemen of
kansen door zijn werkwijze te variëren, teneinde het gestelde doel
te bereiken.
Emotioneel
Inlevingsvermogen
Ook het luisteren naar en meedenken
met anderen, onderkennen van gevoelens en behoeften van anderen,
zich verplaatsen in anderen en bewust omgaan met verschillende
achtergronden en belangen zijn factoren die met de competentietool
kunnen nagegaan worden.
Integriteit
Handelen - in woord en gedrag - in
lijn met algemeen aanvaarde sociale en ethische normen en waarden,
ook onder moeilijke omstandigheden en/of druk om hier vanaf te
wijken. Het daarop aanspreekbaar zijn en het aanspreken van anderen
hierop.
Zelfvertrouwen
Het bepalen van het vermogen om
weloverwogen en zelfbewust beslissingen en acties te ondernemen,
ook in moeilijke omstandigheden.
Moed
Het op eigen verantwoordelijkheid
nemen van (berekende) risicovolle beslissingen, in situaties die
een direct optreden vereisen, ook als dit nadelige gevolgen kan
hebben voor de eigen positie. Lastige situaties aanpakken: directe
actie.
Stressbestendigheid
Effectief blijven presteren onder
werkdruk, tijdsdruk, bij tegenslag, tegenspel, teleurstelling en/of
kritiek. Laat zich niet van zijn stuk brengen.
Intellectueel
Analytisch
vermogen
Signaleren van problemen, verbanden
zien, gegronde conclusies trekken en consequenties inschatten.
Deelt complexe problemen op in onderdelen en onderscheidt hoofd- en
bijzaken.
Oordeelsvorming
Op basis van beschikbare informatie
komen tot realistische, onderbouwde en bruikbare conclusies over
mogelijke alternatieve handelswijzen.
Omgevingsbewustzijn
Volgt relevante ontwikkelingen in de
omgeving van de organisatie en benut deze kennis ten behoeve van de
organisatie en/of het vakgebied.
Creativiteit
Benaderen van vraagstukken vanuit
verschillende invalshoeken, met originele en nieuwe ideeën en
oplossingen komen, en doorbreken van gevestigde
denkpatronen.
Vakmanschap
De mate waarin wordt beschikt over
inhoudelijke vakkennis, deskundigheid en vaardigheden, noodzakelijk
om het vak adequaat uit te oefenen
Bestuurlijk-organisatorisch
Leidinggeven
Het bepalen van duidelijke
doelstellingen en erop toezien dat medewerkers bijdragen aan het
realiseren van de doelstellingen
Visie
Ontwikkelen en uitdragen van een
toekomstbeeld. Afstand nemen van de dagdagelijkse praktijk.
Onderkennen van feiten, trends en toekomstige ontwikkelingen. Deze
in een ruimere context en lange termijn perspectief van eigen
werkterrein, vakgebied en/of organisatie(-onderdeel)
plaatsen.
Plannen en
organiseren
Op effectieve wijze doelen en
prioriteiten bepalen en benodigde tijd, activiteiten en middelen
aangeven om bepaalde doelen te bereiken.
Resultaatgerichtheid
Gericht zijn op het vertalen
-concretiseren- van doelen en het realiseren van resultaten conform
tijdpad, normen en afspraken.
Ondernemen
Kansen signaleren en deze omzetten
in acties -veelal niet gebaande wegen- die bijdragen aan betere
resultaten van de organisatie.
|